Wat brengt het onderwijs tot steeds nieuwe onderwijsvormen?
Onderwijsprofessionals realiseren zich steeds meer dat traditionele onderwijsvormen niet zo goed meer aansluiten op de behoeften, wensen, eisen en interesses van de huidige doelgroep jongeren en op die van de arbeidsmarkt. De toenemende digitalisering, individualisering, internationalisering en globalisering leiden tot steeds meer en nieuwe vraagstukken. Bedrijven en organisaties verspreiden zich steeds meer wereldwijd, het ondernemingsverkeer verspreid zich hierdoor steeds verder en de diversiteit aan gesproken talen neemt in de samenleving toe. Mensen neigen daarnaast steeds meer naar een parttime baan, gaan steeds meer op afstand en online werken en zijn daarmee steeds minder gebonden aan eén vaste woon- en werkplek. Door deze ontwikkelingen is de samenleving veel minder homogeen dan vaak verondersteld wordt. Verder brengen grote, onvoorspelbare omstandigheden, zoals covid-19 of de klimaatcrisis ook onverwachte veranderingen en verwachtingen voor de samenleving en ons onderwijs met zich mee. Dit maakt overigens dat oude beroepen verdwijnen, hier nieuwe voor in de plaats komen en dat bedrijven hierdoor nieuwe verwachtingen, competenties en eisen stellen. Deze ontwikkelingen leveren ons aan de andere kant wel nieuwe kansen, kennis, expertise en ideeën op. Om goed en breed inzetbaar te blijven is het in elk geval belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen. Dat betekent dat daar voor het onderwijs een grote taak ligt weggelegd. Dat is voor scholen echter soms toch nog best een grote uitdaging, want hoe zorg je er als onderwijsinstelling voor dat mensen zich doorgaans kunnen blijven ontwikkelen en onderwijs blijft aanbieden dat rekening houdt met de snelle ontwikkelingen in de samenleving en daarbij tegelijkertijd de toegankelijkheid vergroot voor een breder publiek studenten en/of cursisten? Vaak kiezen scholen er om deze redenen voor om over te gaan op het flexibiliseren van het onderwijs. De vraag is echter of dit in alle gevallen wel dé oplossing is, op een effectieve wijze wordt aangevlogen en op het juiste moment wordt ingezet?
Flexibilisering van het onderwijs: Wat houdt het in?
Flexibilisering van het onderwijs is een relatief grote onderwijsinnovatie. Het is een manier van onderwijs dat op een steeds flexibelere wijze aangeboden en ingezet wordt om maatwerk te bieden aan een steeds diverser publiek studenten. Een belangrijke pijler is dat er meer aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling van de student is en er wordt ruimte en gelegenheid gecreëerd voor studenten om zich te specialiseren en te excelleren. Het leerprogramma vormt zich in andere woorden naar de nodige en gewenste persoonlijke en professionele ontwikkeling van de student in plaats van andersom. Om echter over te gaan op het flexibiliseren van het onderwijs is zowel een sterke mate van flexibiliteit als flexibilisering nodig binnen de school. Op deze manier vlieg je de innovatie op een holistische manier aan. Echter wel belangrijk om je bewust te zijn van het onderscheid in definitie van de twee begrippen.
- Flexibiliteit verwijst naar de mate waarin een onderwijsorganisatie over verschillende managementvaardigheden beschikt en het tempo waarmee deze ingezet worden om veranderingen effectief en efficiënt teweeg te brengen. Het gaat hier dus om het aanstuurvermogen, de wendwaarheid en de bestuurbaarheid van de school ansich.
- Flexibilisering van het onderwijs gaat over de mate waarin de onderwijsorganisatie in staat is om het onderwijsaanbod, curricula, didactiek, aangepaste roosters en de lesprogramma’s inhoudelijk steeds aan te passen aan de voortdurende, veranderende omstandigheden in het werkveld en de samenleving.
Wanneer kun je overgaan tot het flexibiliseren van het onderwijs?
Voordat je overgaat tot het flexibiliseren van het onderwijs, vraag jezelf dan eerst even af wat het doel is dat je hiermee wil bereiken? Een innovatie is en blijft immers een middel. Zijn er onderzoeken bekend waaruit blijkt dat deze onderwijsvorm effectief is en zoja, gelden de uitkomsten daarvan ook voor de beoogde doelgroep studenten? Nog een belangrijke vraag is: Waar wil je specifiek op flexibiliseren en tot slot, zijn de randvoorwaarden op orde? In andere woorden: Zorg in de eerste plaats voor een tamelijk gezonde voedingsbodem. Hieronder volgen vijf essentiële randvoorwaarden die helpen deze te creëren.
De vijf randvoorwaarden
- Een flexibele structuur- en bestuurdimensies van de organisatie.
Het tempo waarin bijvoorbeeld beleidsstukken, de financiering, (stage)contracten, roosters, jaarplanningen, certificering, validering en studieprogramma’s aanpasbaar en leverbaar zijn en hierop aangestuurd wordt - Onderlinge effectieve samenwerking.
Het is belangrijk dat er samenwerking en gezonde onderlinge relaties bestaan tussen de betrokken professionals, een sterke cohesie en de bereidwilligheid om elkaar te ondersteunen en kennis te delen. - Flexibele houding bij professionals t.a.v. continue verandering.
Van het onderwijs vraagt dit niet alleen om flexibilisering van de onderwijsprocessen, maar ook om flexibel denken, doen en handelen door zowel leraren, managers, schoolleiders, directeuren als het bestuur. - Beschikbare technologische middelen.
Vaak een onderschatte randvoorwaarde. De juiste, faciliterende, praktische middelen zijn essentieel en cruciaal om een start te maken en de continuïteit te borgen. - Monitoring en evaluatie systeem.
Het is belangrijk dat er voorafgaand nagedacht is over een geïntegreerde en structurele wijze van monitoren en evalueren om tijdig bij te kunnen stellen.

Hoe gezond is de voedingsbodem bij jou op school?