Kennisbulb

Zes manieren om het lerarentekort duurzaam te bestrijden

Het lerarentekort in het po en (v)so bedroeg 9.800 fte in oktober 2023. In het regulier bo bedraagt het tekort 9,4% van de totale werkgelegenheid, in het sbo 12,1% en in het (v)so 10,6% (Adriaens et al., 2023). Het geschatte lerarentekort in het vo bedroeg 3.800 fte. Dat is ongeveer 5,8% van de totale werkgelegenheid (Den Uijl et al., 2023). In de G5 is het lerarentekort in het bo, sbo en (v)so veel hoger dan in de rest van Nederland. Buiten de G5 is het 8,0% en in de G5 is het 18,0%. Het tekort in de G5 steeg ten opzichte van 2022: toen bedroeg het nog 15,2%. In de rest van Nederland daalde het tekort met een half procentpunt (Adriaens et al., 2023). In het vo hebben de grote steden (nog) niet te maken met veel grotere tekorten dan de rest van Nederland.

De Inspectie van het Onderwijs, 2024

Eén op de vijf startende leraren verlaat binnen een jaar het onderwijs en na vijf jaar loopt dat aandeel op tot 29%. Deze cijfers illustreren dat het Nederlandse onderwijs zich in een structurele crisis bevindt, mede veroorzaakt door het aanhoudende lerarentekort. Ik gebruik de term crisis omdat de maatregelen die de afgelopen decennia zijn genomen onvoldoende effect hebben gesorteerd. Er zijn talloze beleidsinitiatieven ontwikkeld, interventies uitgevoerd en substantiële financiële middelen vrijgemaakt. Bovendien hebben onderwijsprofessionals zich op verschillende niveaus ingespannen om de tekorten terug te dringen. Desondanks blijft het probleem grotendeels bestaan en lijken de meeste inspanningen gericht op tijdelijke of symptoombestrijdende oplossingen. Hoewel er geen eenduidige of pasklare aanpak is om het lerarentekort volledig op te lossen, zijn er wel strategieën denkbaar die kunnen bijdragen aan het beperken ervan. Hieronder worden zes suggesties besproken.

1. Ontwikkel een kort, maar krachtig opleidingscurriculum

Ontwikkel een kort maar krachtig curriculum door allereerst te onderzoeken in hoeverre het huidige onderwijsaanbod aansluit op de manier waarop de samenleving is ingericht en zich voortdurend ontwikkelt. De toenemende digitalisering heeft ertoe geleid dat jongeren toegang hebben tot een vrijwel onbeperkte hoeveelheid informatiebronnen. Zij worden in hoog tempo geïnformeerd over nationale en internationale actualiteiten, vaak in verschillende talen en komen voortdurend in aanraking met kennis over andere culturen, talen, geschiedenis en natuurwetenschappen. Deze maatschappelijke veranderingen hebben directe implicaties voor de inrichting van het onderwijs. Het is daarom van belang dat leraren niet uitsluitend worden voorbereid op kennisoverdracht (het wat), maar ook op het hoe: hoe zij leerlingen kunnen begeleiden in het selecteren, beoordelen en effectief benutten van de overvloed aan beschikbare kennisbronnen. Een cruciale vraag daarbij is hoe we kunnen zorgen dat leerlingen het onderwijs op school ervaren als een verrijking en verdieping van wat zij buiten school leren, in plaats van als herhaling of zelfs als irrelevant. De kennis die leerlingen buiten de schoolmuren opdoen is vaak geïntegreerd, actueel en nauw verbonden met hun belevingswereld. Daartegenover staat dat de schoolse kennis veelal gefragmenteerd wordt aangeboden en minder vaak inspeelt op actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Een kort maar krachtig opleidingscurriculum zou zich daarom vooral moeten richten op het voorbereiden van leraren op een flexibele en onderzoekende houding ten aanzien van actuele maatschappelijke ontwikkelingen, de diversiteit en belevingswereld van leerlingen, en de innovatieve onderwijsideeën die daarop kunnen inspelen. In essentie gaat het om de vraag in hoeverre het huidige opleidingscurriculum leraren voorbereidt op (1) de ondersteuningsbehoeften van een nieuwe, opgroeiende generatie leerlingen; (2) de toenemende diversiteit binnen scholen, met name in grootstedelijke contexten en (3) het belang van collectieve doelgerichtheid en samenwerking binnen de schoolorganisatie. Om toekomstige leraren hier effectief op voor te bereiden, is het noodzakelijk de kern en het doel van hedendaags en toekomstgericht onderwijs kritisch te heroverwegen. Alleen wanneer deze herijking plaatsvindt, kan de urgentie worden vertaald naar een kort, maar krachtig opleidingscurriculum.

2. Werk langstudeerders op de lerarenopleiding weg

Het aantal langstuderende leraren in opleiding neemt toe. Dit is een terugkerend en hardnekkig patroon dat zich elk studiejaar herhaalt. Slechts 37% van de studenten behaalt binnen vijf jaar het diploma, en van hen start slechts 66% daadwerkelijk als leraar. Langstuderende studenten zijn vaak professionals met aanzienlijke werkervaring in het onderwijs, doorgaans opgedaan via tijdelijke aanstellingen. Deze ervaring heeft als voordeel dat zij met diverse doelgroepen leerlingen hebben gewerkt en daardoor een brede pedagogisch-didactische basis hebben ontwikkeld. Gezien het huidige lerarentekort is het des te belangrijker om deze groep de nodige aandacht te geven. Het zou immers zonde zijn om juist deze bekwame leraren in opleiding te verliezen. Het behalen van een lesbevoegdheid is van groot belang, niet alleen vanwege de formele erkenning van vakbekwaamheid, maar ook vanwege de bijdrage aan de professionalisering van het beroep, de waardering van het diploma en de verdere loopbaanmogelijkheden van deze leraren. Om deze redenen is het wenselijk om deze doelgroep effectiever en efficiënter naar het diploma te begeleiden. Specifiek voor leraren in opleiding met minimaal vijf jaar werkervaring, die vaak zonder intensieve begeleiding lesgeven aan veeleisende leerlinggroepen, zou een op maat gemaakt en doelgericht opleidingsprogramma ontwikkeld moeten worden. Het verrichten van onderzoek naar de oorzaken van studievertraging binnen deze groep kan waardevolle inzichten opleveren die kunnen bijdragen aan het ontwerp van dergelijke maatgerichte begeleidingstrajecten.

3. Creëer korte, superdiverse opleidingsroutes tot leraar

Inmiddels bestaan er verschillende opleidingsroutes tot het leraarschap, en dat aantal neemt gelukkig toe. Een voorbeeld van de meest recente voorbeelden is de tweejarige ‘Educatieve Master tot leraar in het basisonderwijs‘ die door diverse universiteiten in Nederland wordt aangeboden. Daarnaast bieden hogescholen zogenoemde kopopleidingen aan, gericht op specifieke groepen zijinstromers. Toch bereiken we met de huidige routes nog niet alle potentiële leraren. Het beroep toegankelijker maken voor een breder en diverser publiek kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verkleinen van het lerarentekort. Daarom is het van belang om te onderzoeken welke belemmeringen potentiële leraren ervaren bij het starten van een lerarenopleiding. Dit kan op verschillende manieren worden benaderd: (1) door in kaart te brengen welke doelgroepen geïnteresseerd zijn in het leraarschap, maar de stap (nog) niet zetten; (2) door te onderzoeken hoe de duur en kosten van de opleiding per doelgroep verschillen, en in hoeverre deze factoren deelname belemmeren; (3) door het curriculum beter toe te spitsen op de specifieke kenmerken van verschillende doelgroepen. De opleiding die geschikt is voor studenten die direct instromen na de havo, is immers niet automatisch passend voor zijinstromers met relevante kennis en ervaring; en (4) door te evalueren in welke mate opleidingen daadwerkelijk ruimte bieden voor maatwerk en flexibiliteit, bijvoorbeeld in de erkenning van eerder verworven competenties of in de inrichting van flexibele leertrajecten. De mate waarin opleidingen in staat zijn om op deze vier dimensies te differentiëren, bepaalt in belangrijke mate hoe wendbaar en inclusief zij zijn in het aantrekken en behouden van een superdiverse groep toekomstige leraren. Alleen door structureel aandacht te besteden aan toegankelijkheid, maatwerk en flexibiliteit kan het leraarschap aantrekkelijker worden gemaakt voor een breder publiek.

4. Investeer in een ijzersterk middenmanagement op de school

Het middenmanagement vormt de schakel tussen de schoolleiding en het docententeam. Het betreft functies als teamleider (vo), directeur (po), afdelingsleider (vo/mbo) en opleidingsmanager (mbo). Deze groep vervult een cruciale, verbindende rol: zij fungeert als spil tussen leraren onderling en tussen het lerarenteam en de directie. De kwaliteit van het onderwijsproces en daarmee van de lessen die door leraren worden verzorgd, wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van het middenmanagement. Het middenmanagement kan worden gezien als het fundament van een onderwijsinstelling. Zonder een stevig fundament verliest een organisatie op den duur haar stabiliteit. Een krachtig middenmanagement stelt scholen beter in staat om tegenslagen op te vangen, zoals het lerarentekort of het dalende niveau van taal- en rekenvaardigheden bij leerlingen. Sterk middenmanagement wordt gekenmerkt door een onderzoekende en lerende houding en richt zich op het creëren van succeservaringen bij leraren. Met name startende leraren profiteren hiervan, omdat dit bijdraagt aan de teacher self-efficacy en de collective teacher efficacy. Hoewel het in deze context te ver voert om deze begrippen uitgebreid te behandelen, is hun invloed op het functioneren van leraren en de kwaliteit van het onderwijs evident. De mate waarin leraren hun onderwijs op elkaar afstemmen, hangt sterk samen met de wijze waarop het middenmanagement dit proces aanstuurt. Het onderwijs dat door verschillende leraren binnen één school wordt verzorgd, kan worden vergeleken met een gezamenlijke presentatie: de voorbereiding symboliseert het leerproces van de leerling, terwijl de uiteindelijke presentatie staat voor de kennis en vaardigheden waarover de leerling aan het einde van zijn of haar schoolloopbaan beschikt. Wanneer deze voorbereiding zonder effectieve afstemming en samenwerking plaatsvindt, wordt dat zichtbaar in het eindresultaat en andersom evenzeer. Een krachtig middenmanagement heeft oog voor de dynamiek binnen het team en stimuleert een leer-, werk- en ontwikkelomgeving die wordt gekenmerkt door cohesie, afstemming en inclusie. Dit vraagt om leidinggevenden die verbinding maken met (nieuwe) leraren, sturen op effectieve begeleiding en succeservaringen, werken op basis van evidence-informed inzichten en duidelijke professionele normen stellen en bewaken via structurele evaluatie. Investeren in de werving, selectie en professionalisering van effectief middenmanagement is daarom een duurzame strategie om de kwaliteit van het onderwijs te versterken én het lerarentekort structureel terug te dringen.

5. Investeer in effectieve begeleiding op de onderwijsinstelling
6. Investeer in de Teacher Self-efficacy en de Collective Teacher Efficacy op de school

Dit is mogelijk één van de belangrijkste factoren die positief bijdraagt aan lerarenbehoud. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zowel teacher self-efficacy als collective teacher efficacy een significante rol spelen bij het verhogen van de retentie van leraren. Een hoge mate van self- en collective teacher efficacy maakt dat leraren en teams meer werkplezier ervaren, gemotiveerd blijven om in het onderwijs te werken, leerlingen of studenten actiever bij de les betrekken, en een hoge betrokkenheid tonen bij de ontwikkelingen binnen de school. Daarnaast stelt het hen in staat leerlingen positiever te benaderen en hogere verwachtingen van hen te hebben, sneller samen te werken met collega’s, een constructieve houding aan te nemen ten aanzien van professionele ontwikkeling en onderwijsinnovaties, en minder stress te ervaren. Voor wie hier dieper op wil ingaan, biedt het boek ‘Een verborgen dynamiek binnen de school‘ uitgebreide wetenschappelijke inzichten. Het boek beschrijft hoe en waarom juist deze twee constructen bijdragen aan kwaliteitsvol lerarenbehoud en verbeterde schoolprestaties van leerlingen of studenten. Aan de hand van betekenisvolle voorbeelden worden de begrippen gedefinieerd, het belang ervan toegelicht, de rol van het middenmanagement in het bevorderen van teacher self- en collective efficacy uitvoerig besproken en concrete handvatten geboden voor de praktijk.

Vraag of advies?

Neem dan contact op. Wij helpen u graag verder.

Onderzoek, ontdek, leer en verbeter